Portret Schilderijen

Een portret is een schilderij gemaakt door een portretschilder, of een andere artistieke voorstelling van een persoon of een groep. De opzet is te tonen hoe de persoon eruit ziet, met soms wat artistiek inzicht in zijn of haar persoonlijkheid. Meestal is herkenbaarheid van het gezicht het belangrijkst. Een portret waar twee personen op zijn afgebeeld heet een dubbelportretschilderij, een met meer dan twee personen een groepsportretschilderij.

           

Portretten worden vaak gemaakt naar aanleiding van een gebeurtenis ( geboorte, een familieportret bij een jubileum) of ter herinnering (burgemeesters portretschilderij ). Portretkunst bloeide in Romeinse beeldhouwwerken, waarvan de geportretteerden eisten dat ze realistisch waren, zelfs de minder knappe. Tijdens de 4e eeuw verloor het portret schilderij terrein aan een verheerlijkt symbool van hoe de persoon eruit zag. Echte portretten van het werkelijke uiterlijk van individuen verschenen opnieuw in Europa in de late middeleeuwen, in Bourgondië en Frankrijk. Een van de bekendste portretschilderijen in de Westerse wereld is Leonardo da Vinci`s schilderij Mona Lisa, een schilderij van een onbekende vrouw.

Enkele van de vroegste portretten van mensen die geen koningen of keizers waren, zijn de Fayum-portretten (mummieportretten) die bewaard zijn gebleven in het droge klimaat van de regio Fayum in Egypte. Dit zijn de enige schilderijen uit de Romeinse periode die bewaard zijn gebleven, afgezien van fresco`s. Als een kunstenaar een portretschilderij van zichzelf maakt, wordt het een zelfportretschilderij genoemd. Het vroegst bekende geschilderde zelfportret was dat van de Franse kunstenaar Jean Fouquet rond 1450, maar als de definitie wordt uitgebreid, is het eerste zelfportret dat van een Egyptenaar, farao Akhnaton`s beeldhouwer Bak, die een voorstelling van zichzelf en zijn vrouw Taheri hakte rond 1365 v.Chr.. Toch lijkt het aannemelijk dat zelfportretten teruggaan tot de rotstekeningen.

Sinds het begin van fotografie hebben mensen fotoportretten laten maken. De populariteit van het daguerreotype in het midden van de 19e eeuw werd voornamelijk veroorzaakt door de vraag naar goedkope portretten. In steden overal ter wereld verschenen fotostudio`s, waar soms meer dan 500 platen per dag werden geschoten. De stijl van deze vroege werken geeft de technische uitdagingen weer die samenhangen met 30-seconden belichtingstijden en de esthetiek van die tijd. Geportretteerden werden over het algemeen neergezet gezeten tegen een effen achtergrond en belicht met het zachte licht van een hoog raam en alles wat met spiegels gereflecteerd kon worden. Met de zich ontwikkelende fotografische technieken namen enkele fotografen hun talenten mee naar buiten de fotostudio: naar slagvelden, overzee, en naar de wildernis. Ook daar werden voortaan portretfoto`s genomen.
In de politiek zijn portretten van leiders vaak symbolen voor een staat. In de meeste landen is het gebruikelijk een portret van het staatshoofd op te hangen in belangrijke overheidsgebouwen. Overmatig gebruik van het portret van een leider kan een teken zijn van persoonsverheerlijking. Voorbeelden hiervan zijn de portretten van Fidel Castro en Napoleon tijdens hun bewind. Portretrecht is het recht van ieder individu om wel of niet in te stemmen met publicatie van zijn of haar portret. In de literatuur en de media wordt met de term `portret` een geschreven dan wel audiovisueel vormgegeven beschrijving of analyse van een persoon of onderwerp bedoeld. Een dergelijk portret kan een diep inzicht opleveren. Vóór de uitvinding van film, foto of video gebeurde dat vaker dan tegenwoordig. Koningen en rijke mensen konden een staatsieportret laten maken, bijvoorbeeld Lodewijk XIV.