Bloemen Schilderijen

De Nederlandse schilderkunst staat van oudsher bekend om de fraaie bloemstillevens, die vanaf de zestiende eeuw vervaardigd werden. Maar al was het genre destijds razend populair onder de afnemers, het stond in kunstenaarskringen aanvankelijk niet in al te hoog aanzien. Dit artikel gaat in op de ontwikkeling die het klassieke bloemstilleven heeft doorgemaakt tot aan het midden van de negentiende eeuw.

           

Een bloemstilleven is een afbeelding waarbij een boeket bloemen in een vaas centraal staat. Soms zijn kleine voorwerpen of insecten en vlinders toegevoegd. Ook een afbeelding van slechts één enkele bloem valt onder de noemer bloemstilleven, net als geschilderde bloemenkransen en festoenen: slingers van bloemen, vruchten en bladeren. Bloementekeningen of -schilderijen die puur als natuurstudie zijn gemaakt, worden niet tot de bloemstillevens gerekend, al kunnen zij wel het uitgangspunt vormen voor een bloemstilleven. In de geschilderde bloemstillevens staan bloemen min of meer los van hun natuurlijke omgeving; sommige soorten uit het boeket komen in de natuur niet eens in elkaars buurt voor of vertonen geen gelijktijdige bloei. In het stilleven worden zij enkel afgebeeld vanwege hun schoonheid en symboliek. Hoewel er van oudsher al bloemen om decoratieve of symbolische redenen werden geschilderd, nam de animo voor het schilderen van bloemen en bladeren pas rond 1600 toe. Bijna iedereen was bekend met de symbolische betekenis die aan bloemen werd toegekend. De lelie werd in de klassieke oudheid met onschuld geassocieerd, later met de zuiverheid van Maria. Als afgeleide van het wapen van de Franse adel was de Bourbonse lelie in decoraties terug te vinden.
Omdat bloemen maar een beperkt gedeelte van het jaar bloeien, zijn bloemenschilderijen tijdens de winter een uitstekende vervanger van de zomerse boeketten. Met de toenemende belangstelling voor het bloemstilleven ging de aandacht niet alleen uit naar de betekenis van de afgebeelde bloemen, maar ook naar de bedrevenheid van de kunstenaar. In hoeverre was hij in staat het publiek met zijn kleur- en vormgebruik uit de natuur te verleiden? In de tweede helft van de zestiende eeuw nam de belangstelling voor de wetenschap toe, waarvan ook de botanie profiteerde. Op tuingebied werden tal van nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Mede hierdoor kwam het genre van het bloemstilleven in de Nederlanden ten tijde van de Gouden Eeuw tot bloei en vonden de geschilderde stillevens gretig aftrek. En al hadden zij dan meestal geen wetenschappelijk nut, ze hadden in een aantal gevallen wel een maatschappelijke – opvoedkundige – functie.

Een nieuw Symboliek

Veel bloemstillevens vertonen – net als de andere stillevens uit die tijd – kenmerken van vanitas: ijdelheid of vergankelijkheid. Symbolen van die vergankelijkheid zijn bijvoorbeeld verlepte bloemen of door insectenvraat aangetaste bladeren. Na 1620 raakte Nederland steeds meer in de ban van de tulp, die dan ook op tal van schilderijen werd afgebeeld. Naast de aanvankelijk wetenschappelijke interesse gingen financiële overwegingen hierbij een grote rol spelen. In 1636/’37 bereikte de tulpenmanie met de bijbehorende speculaties een hoogtepunt, waarna de tulpenhandel al snel instortte. De bloemstillevens met geschilderde tulpen zijn een verwijzing hiernaar. Tulpen hebben immers maar een beperkte bloei, en zijn dus uitermate vergankelijk. Zij vormen eigenlijk een vanitasstilleven op zich.

Vrouwelijke kunstenaars

Het bloemstilleven wordt door kunstenaars in het midden en eind van de zeventiende eeuw verder ontwikkeld. Nederlandse bloemstillevens worden een veel gevraagd exportproduct, waar grif voor wordt betaald. In deze periode werken ook vrouwelijke schilders aan bloemstillevens, waarbij hun werk zeker niet onder doet voor dat van hun mannelijke collega’s

Compositie

Opvallend aan de bloemstillevens uit de zeventiende eeuw is de precisie waarmee alles is geschilderd. Alle bloemen en bloemblaadjes komen even nauwgezet uitgewerkt in beeld; het maakt niet uit of ze meer op de voorgrond of meer op de achtergrond staan. Bovendien is elke oneffenheid in de verflaag weggeschuurd, waardoor het doek glad oogt.Met name in de begintijd staat het stilleven centraal in een symmetrische compositie en zijn alle bloemen overzichtelijk in de vaas gerangschikt. De schikking van de eenvoudige boeketjes doet wat stijfjes aan; het lijkt wel of de plantkunde hierbij het uitgangspunt voor de maker vormt. Na verloop van tijd worden de boeketten uitbundiger en losser, op meer natuurlijke wijze, geschikt. De symmetrie maakt plaats voor asymmetrisch geschikte bloemen en een suggestie van ruimte wordt belangrijk. De donkerbruine achtergrond waartegen de bloemen werden geschilderd – de kleuren lijken hierdoor te stralen – maakt geleidelijk aan plaats voor een lichtere achtergrond.

(On)natuurlijke aanpak?

De kunstenaars hadden zo hun eigen aanpak om een bloemstilleven te schilderen. Zij baseerden zich vaak op tekeningen, bijvoorbeeld de wetenschappelijke botanische prenten of afbeelding uit de zogenoemde tulpenboeken: albums met nauwkeurig weergegeven afbeeldingen van tulpen. Hierdoor zijn zij in staat om in het stilleven bloemen met elkaar te combineren die niet gelijktijdig bloeien. In hun realistisch ogende schilderijen is dus niet de werkelijkheid afgebeeld. Op sommige schilderijen zijn zoveel tulpen te zien, dat het schilderen van het doek door de onbetaalbare prijs van tulpen niet zonder bovenstaande aanpak mogelijk kan zijn geweest. Kunstenaars die zich niet op afbeeldingen baseerden, maar die naar de natuur werkten, moesten soms geduldig wachten totdat de gewenste bloemen tot bloei zijn gekomen. Omdat het dikwijls om zeldzame soorten ging, was het maar afwachten of dat zou lukken. De eerder genoemde Georgius van Os (1782-1861) begon bloemen tegen een lichte achtergrond te schilderen. Bovendien beeldde Van Os de meest recent ontwikkelde of ontdekte bloemsoorten af op zijn doeken. Hij koos voor felle bloemkleuren en schuurde pasteuze verflagen niet glad. Het reliëf in de verflaag verlevendigde zijn bloemstillevens. Hiermee plaveit hij het pad voor een volgende fase in de geschiedenis het bloemstilleven.

Het bloemstilleven als apart schildersgenre en specialisme – sommige schilders beperkten zich hiertoe – hield stand tot ver in de negentiende eeuw. Wel werd het in de loop der tijd meer en meer als een typisch vrouwelijke kunstvorm beschouwd.


Zelf ook een bloemen schilderij aan de muur, neem dan een kijkje in onze collectie classic art bloemen of exclusive art bloemen.